Subida al Picacho

 – Wandeling in de Alcornocales – 

Er is weinig waar je me zó innig tevreden mee kan maken als een fijne wandeling in de natuur. Maar dan ook echte natuur. Met zo weinig mogelijk mensen erin. Dat kan zijn over een leeg strand, over de hei, of door de glooiende velden. Maar het allerliefst in de bergen, waar je een beetje moet klimmen naar dat prachtige uitzicht, heerlijk!

Dat was niet altijd zo hoor, die liefde voor lopen. ik ben maar matig sportief, heb gammele knieën en ben hartstikke kippig. Vroeger een mollig meissie met jampotglazen die altijd als laatste werd gekozen met gymnastiek. Ik deed niks aan sport, bij mij thuis deed niemand aan sport. Ik kan ook nog steeds maar weinig. Toch had ik op een of andere manier vaak sportieve vriendjes en met Arco heb ik in de hele wereld gewandeld (meestal 200 meter achter hem aan, dat dan weer wel…) Sinds we in Spanje wonen, waar zo verschrikkelijk veel mooie, woeste, ongerepte natuur is heb ik die liefde voor het lopen echt ontdekt. Ook in Cádiz hebben we inmiddels talloze mooie wandelingen gemaakt en ik ga ze graag delen met je!

Subida al Picacho. (882 m)

  • Totale lengte heen en terug: 7,8 km.
  • Duur: circa 3, 3,5 uur (inclusief picknick..)
  • Niveau: gemiddeld

Subida al Picacho is een prachtige wandeling die je leidt door een berggebied met ontelbare kurkeiken met hun roodbruine stammen, pijnbomen, acebuches, knoestige olijfbomen, steeneiken, rododendrons, heide, algarrobo (johannesbroodboom),  madroño, de aardbeiboom, met in het najaar de felrood gekleurde donzige vruchten (beschermde soort, dus niet plukken!) en mastiekbomen.

Vrijwel aan het begin van het pad kom je bij de Laguna de Picachu, een meertje wat nu, eind november, vrijwel droog stond maar waar in het voorjaar eenden zwemmen en het een bonte pracht is van bloemen is. Wat verderop is een refugio met een eeuwenoude broodoven. Het pad gaat geleidelijk aan omhoog, soms met vlakke, open stukken en dan weer wat rotsachtiger en wat meer klimmen. Je komt over een bruggetje over het riviertje de Garganta de Puerto Oscuro, maar je hoort op meer plekken water murmelen.

In het weekend is dit best een populaire wandeling maar op een doordeweekse dag kom je niemand tegen en hoor je hier alleen het suizen van de wind, de talloze vogels, het water, het geklingel van koebellen. Boven je hoofd cirkelen gieren, magisch. Halverwege steek je een smalle asfaltweg over. Dan wordt het wat steiler, en net als je denkt, nou ben ik er zeker wel bijna dan is daar aan de linkerkant van het pad een uitkijkpunt. Pauze. Je kunt hier eindeloos ver kijken over de groene hellingen, de meren, de oceaan in de verte. De echte top, de Picacho is nog een klein half uurtje verder, een stevig klimmetje maar wel de moeite waard! Let op, het kan hier stevig waaien! Vanaf hier kan je ook de andere kant op, naar de Aljibe, nóg hoger (de op één na hoogste top van de provincie Cádiz).

Maar wij gingen terug. Vanwege eerder genoemde kippigheid heb ik van die ‘nordic walking’ stokken gekocht en dat vind ik reuze handig wanneer je weer moet dalen. De terugweg is dezelfde als omhoog.  

 

Praktisch

  • Hoe er te komen: Vanuit Vejer de la Frontera ben je ongeveer 50 minuten onderweg naar het startpunt, ten noorden van Alcalá de los Gazules.
  • Vanaf Alcalá wordt de weg redelijk bochtig en smal. Let op tegenliggers.
  • Startpunt wandeling: bij km 30 vanaf Alcalá de los Gazules richting Ubrique.
  • Auto parkeren bij “area recreativo’ / picknickplaats, km 31 of, 400 meter verder, tegenover de start van de wandeling (die is aan de rechterkant van de weg) Links is er plaats voor circa 15 auto’s.
  • Totale lengt wandeling: 7,5 km (heen en terug)
  • Op mijn I-phone: aantal stappen: 11.980, 92 verdiepingen
  • Hoogteverschil: circa 385 meter
  • Beste periode om te lopen; hele jaar door bij droog weer, zomermaanden overdag wellicht te heet dus ga dan heel vroeg op pad!
  • Er is onderweg alleen in Alcalá iets te koop dus neem alles mee, genoeg water, bammetjes…

Over natuurpark Los Alcornocales

Het natuurpark “Los Alcornocales” is het grootste natuurpark van de provincie Cádiz, met haar 165.000 ha groter dan de Sierra de Grazalema en Las Nieves bij elkaar. Het strekt zich uit van El Bosque (de zuidgrens van de Sierra de Grazalema) in het noorden naar de straat van Gibraltar in het zuiden en is daarmee het meest zuidelijk gelegen beschermde gebied van Spanje. Het park is gevormd door een aantal bergkammen begroeid met mediterraan struikgewas en enkele formidabele massa’s kurkeiken, de belangrijkste wouden van deze boomsoort in Spanje. Het is een uitgestrekt en leeg gebied, met maar een paar witte dorpjes zoals Jimena de la Frontera en Castellar de la Frontera. In de lente en herfst kun je hier de ontelbare vogels spotten die richting Afrika vliegen of juist op de terugweg zijn: arenden, wouwen, zilverreigers, gieren, ooievaars, maar ook uilen en ijsvogels. Bij het bezoekerscentrum El Aljibe net vóór Alcala de los Gazules vind je veel informatie over het park en de wandelmogelijkheden.

Tip!
Halverwege Alcala de los Gazules en Ubrique ligt een befaamde ‘Venta’ (eenvoudige restaurant) ‘Puerta Galiz’ waar je in de herfst naar toe gaat om ‘Jabali’ (wild zwijn) en ‘Venado’ (hert) te eten.

Ja! Ik wil hier naar toe

Ook naar de Alcornocales? Ardanza brengt je er onder andere tijdens de Fly&Drive Sevilla & Costa de la Luz , de 15 daagse Cultuur&Natuur rondreis Andalusië en de 8 daagse rondreis Cádiz en Costa de la Luz