Roadtrip langs schatten in Portugal Noord
Arco en ik organiseren nu al meer dan 25 jaar kleinschalige, individuele rondreizen door Spanje en Portugal. En we wonen sinds 2007 op het Iberisch Schiereiland. Waar we nog elke keer nieuwe, onbekende parels ontdekken.
Een tijdje terug gingen we op pad door het Noorden van Portugal. We trokken naar het ruige hoogland met prachtige namen zoals Trás-os-Montes, Minho, Montesinho en Peneda-Gerês. Reisden door landschappen met een lappendeken van geurige dennenbossen en kastanjewouden, kloven, wildstromende beken en granieten bergtoppen. We logeerden in gastvrije, kleinschalige onderkomens in middeleeuwse dorpjes.
Onze ontdekkingen delen we in een unieke rondreis en hieronder lees je vast een voorproefje. Alvast veel reisinspiratie gewenst!
Via de Ruta de la Plata naar de Gouden Rivier
Vanuit het zuiden van Spanje reizen we langs de Ruta de la Plata naar het noorden. Over de snelweg. Voorbij Sevilla, Mérida, Cáceres. Net voorbij Plasencia nemen we de afslag naar links en gas terug en tuffen door een vriendelijk glooiend landschap naar de grens met Portugal. Door wijngaarden en met stenen muurtjes omheinde akkers.
We hebben thuis natuurlijk eerst uitgebreid de landkaart bestudeerd. Terwijl we in de tintelfrisse ochtend over de smalle landweggetjes rijden weet ik dat er ergens vóór ons die beroemde rivier ligt, en groene bergen met watervallen. Straks. Later. Nu nog is het landschap om ons heen weids en leeg. Met amandelboomgaarden in het zachte licht van de najaarszon. In het voorjaar moet het een spectaculaire aanblik zijn, de roze amandelbloesem. Nog geen half uur verder rijden is het uitzicht om ons heen totaal veranderd. Het wordt hoger, ruiger, en dan, in een bocht van de weg doemt ze daar ineens op, diep beneden ons in het dal. De Douro. De gouden rivier. Wow. Tijd voor een fotostop Arco!.
![]()
De Douro vallei, het meest authentieke Portugal
Ook al ben je nog nooit in Portugal geweest, iedereen kent dit uitzicht van de plaatjes.
De Douro vallei. Kilometer na kilometer, wijngaard na wijngaard is dit een van de meest authentieke Portugese landschappen. De Douro is meer dan tweeduizend kilometer lang en ontspringt in het hart van Spanje, in Soria. In Spanje heet ze de Duero. Het gebied langs de rivier aan weerszijden van de grens is een beschermd natuurgebied: Parque Natural do Douro Internacional.
Langs de Douro loopt een treinspoor en vanuit Porto kun je 5 keer per dag langs de rivier met de trein omhoog naar Pocinho, het 21ste en allerlaatste stationnetje vóór de Spaanse grens. De rit duurt ongeveer 2,5 uur. Vroeger kon je hier nóg verder, de grens over maar daar hebben de Spanjaarden een stokje voor gestoken. Best jammer, maar niet getreurd. Het gedeelte tussen Regua en Pocinho is een van de allermooiste treinsporen van heel Europa. Vanuit Pocinho, waar de ene na de andere kar met glanzende blauwe oogst langsrijdt begint onze ontdekkingstocht.
Ardanza brengt je naar het noorden van PortugalFoz Côa: Herinneringen uit de prehistorie
De afgelopen eeuw heeft men in de Douro rivier dammen gebouwd om elektriciteit op te wekken en dat was men in de jaren ’90 ook van plan in een van haar zijrivieren, de Côa rivier. Maar terwijl men het gebied aan het inspecteren was zijn er rotsgravures gevonden die zó oud en zó bijzonder waren dat het project gestopt is.
Dat ging natuurlijk niet zonder slag of stoot. Want de dam bracht werk en inkomen voor het dorp en wie zat er nou te wachten op wat oude tekeningen van herten en paarden, dat bracht toch geen brood op de plank. De controverse was groot maar gelukkig heeft men de bouw van de dam kunnen tegenhouden. Die zou namelijk betekenen dat de grootste openluchtcollectie van rotskunst uit het Paleolithicum die vandaag de dag bekend is, voor altijd onder water zou zijn verdwenen.
![]()
Foto boven: turismocastillayleon.com
De grootste collectie van rotskunst uit het Paleolithicum
We zijn meegenomen naar deze stille rotsen langs het water en hebben de originele tekeningen kunnen bekijken. Hier, in deze vruchtbare vallei hebben 30.000 jaar geleden mensen ontelbare tekeningen op honderden rotsen gegraveerd. Welk verhaal wilde men vertellen? Hun gebied afschermen? Waarschuwen voor gevaar? Een ondiepe doorgang in de rivier aanduiden? Niemand weet het.
De rotskunst van de Côa-vallei is in 1998 door Unesco uitgeroepen tot werelderfgoed.
In 2010 is het museum geopend. Een strak gebouw van grijs graniet wat wonderwel verzinkt in het omringende landschap. Binnen in de enorme zalen zijn er replica’s van de gravures en krijg je uitleg over de tekeningen, naast tijdelijke exposities van hedendaagse kunstenaars. Een geweldig museum. Vanuit hier worden er excursies georganiseerd naar de diverse locaties waar de gravures zijn gevonden.
Arco en ik gaan in de avond op pad met een gids, want bij het licht van lantaarns zijn de afbeeldingen erg goed te zien. Bij deze excursie op een zwoele avond worden we eerst verwend met prachtige zonsondergang, vogelzang en een picknick. Terwijl wij smullen van kaas en lokale wijnen scharrelt er een paar meter onder ons op haar gemak een nieuwsgierige vos rond. De gravures van de Penascosa vallei die we bij het licht van een lantaarn bekijken zijn zeer indrukwekkend. Een onvergetelijke ervaring.
Meer informatie: https://arte-coa.pt/en/
![]()
Onze volgende stop. Montesinho Natuurpark
Van het natuurpark Montesinho wist ik bijna niks. Alleen dat het in het meest noordelijke stuk van de regio Trás-os-Montes lag, in het noorden en oosten grenzend aan Spanje. Heel afgelegen, heel geïsoleerd. In mijn verbeelding was het er rauw, leeg en droog. Maar niets is minder waar! Wat een ontdekking. Montesinho is een wonderschoon, groen natuurpark met een enorme diversiteit in landschappen.
Het natuurpark is 75.000 ha groot. De hoogste toppen zijn bijna 1.500 meter, er stromen talloze rivieren en beekjes langs elzen, olmen, essen, wilgen en populieren. In het kristalheldere water leven otters, zoetwatermosselen en de zeldzame Pyrenese desman, een molachtig zoogdier.
Sappige weidegronden, kastanjewouden en een verdwaalde beer
We rijden langs ‘lameiros’, sappige weidegronden, omzoomd door loofbossen en steeneik. Hier grazen ‘Churra Galega Bragançana’ schapen, het lokale schapenras. De schapen zijn beeldig, met lange witte haren en zwartomlijnde ogen. Je kunt hier prachtige wandelingen maken over de elf gemarkeerde wandelpaden en ook pelgrims tegenkomen onderweg naar Santiago want ‘El Camino Portugués de la Vía de la Plata’ loopt door deze regio.
In het hart van de Montesinho dwalen we door prachtige kastanjewouden en ik knuffel met knoestige reuzen van meer dan 600 jaar. Deze wouden leveren tot op vandaag een schat aan kastanjes op. Er zijn boeren die per jaar meer dan 60.000 euro verdienen aan de verkoop van kastanjes.
De lege ‘matorral’ in het noorden, aan de grens met Spanje, met haar open landschap en lage begroeiing is een ideaal leefgebied voor herten, waarvan we de bronstige lokroep in de avondschemering akelig dichtbij horen. Een indrukwekkend oergeluid. Dit is ook een van de weinige plekken in Portugal met een stabiele populatie Iberische wolven.
Dit gebied wordt ook de ‘Terra Fria Transmontana’ – het Koude Land van Trás-os-Montes- genoemd. In de lange winters ligt hier regelmatig een pak sneeuw. Er zijn maar een paar kleine dorpjes in dit natuurpark. Waarvan er eentje tot voor kort zó geïsoleerd lag dat hier heel eigen wetten golden. Verderop lees je er meer over.
![]()
Verdwaalde bruine beren
Heel af en toe komt er in het park een verdwaalde beer uit Spanje voorbij. Zoals die keer toen Luis een totale ravage ontdekte op zijn land met 800 bijenkorven. In plaats van iedereen op te trommelen om de snoodaard die 50 kilo honing had opgegeten, te verjagen belde Luis de krant. ‘Mijn honing is zó lekker dat er een beer er de grens voor oversteekt!’ De honingbeer is nu zijn mascotte en er staat een levensgrote afbeelding aan het begin van het dorp. De honing van de 70.000 bijen van Luis: Apimonte, is overigens heel erg lekker. Je kunt in zijn gezellige winkeltje met uiteenlopende lokale lekkernijen kiezen uit kruidige kastanjehoning en bloemenhoning. Wij hebben een grote pot kastanjehoning mee naar huis genomen.
Als een van oudsher geïsoleerde regio heeft het noordoosten van de Trás-os-Montes tot op de dag van vandaag oude culturele tradities behouden. Zoals de ‘Winterfeesten’ (Festas dos Rapazes) van heidense oorsprong die worden gevierd in verschillende dorpen aan beide zijden van de grens.
Een grensdorp met een verhaal
Er is echter één dorpje waar ik over gelezen heb en waar ik beslist naar toe wil. Rio de Onor.
Dit bijzondere dorpje ligt aan de grens met Spanje aan de rivier de Onor en hier leeft men al eeuwenlang vreedzaam samen met het Spaanse dorp aan de overkant van het water: Rihonor de Castilla. Er is een brug over de rivier en hier steken de dorpelingen van beide nationaliteiten dagelijks over, om aan de overkant een stuk land te bewerken, een kopje suiker te lenen of naar het dorpschooltje te gaan.
Rio de Onor ligt op ongeveer 20 kilometer van de hoofdstad van deze regio, Bragança en tot de jaren ’60 was de weg niet geasfalteerd. Vanwege haar geïsoleerde ligging had men hier een eigen bestuur, eigen wetten en een eigen taal, het Rihonorés.
Na een half uur rijden door een leeg landschap komen we tegen de avondschemering aan. Het dorpje ligt er verlaten bij. Hier en daar zijn de oude huizen met de leistenen daken opgeknapt en hebben grote manden met kleurrijke bloemen aan de gevel. maar er zijn ook vervallen en jammerlijk scheefgezakte bouwsels. Op de begane grond liggen de stallen en erboven het woonhuis. Zo profiteerde je optimaal van de warmte die de dieren afgaven We kuieren door de smalle, geplaveide straatjes en komen niemand tegen. Vlakbij klinkt een uil. Uit Spanje wordt de roep beantwoord.
In Rio de Onor en Rihonor de Castilla deelt men gebroederlijk de aanwezige faciliteiten: de watermolen, de broodovens en zelfs de stier. Die de koeien van beide nationaliteiten bezwangert. Zelfs de achternaam wordt gedeeld. Bijna iedereen heet Prieto.
De herders zorgen om de beurt voor de schapen van alle dorpelingen. Voor elke 4 schapen die men had, moesten ze een dag collectief hoeden.
![]()
Peneda-Gerês – het enige Nationale Park van Portugal
Wij vervolgen onze weg naar een ander hoogtepunt van onze reis. Letterlijk. Met haar grijze kalkstenen toppen zijn de bergen van de Peneda-Gerês het hoogste van het noorden van Portugal. Dit is weer een heel ander gebied, van een ongelofelijke schoonheid.
Peneda-Gerês is het enige nationale Park van Portugal. Het heeft een totale oppervlakte van 700 vierkante kilometer en heeft de vorm van een hoefijzer. De linkerkant heet Serra da Peneda, naar de hoogste top hier: 1.374 meter en de rechterkant de Serra do Gerês, met 1.546 meter. In het midden van dat hoefijzer ligt de Xurés, het Spaanse gedeelte van het park. Samen is dit het grensoverschrijdende biosfeerreservaat van Gerês -Xurés. In het park vind je een enorme diversiteit aan flora en fauna, meer dan 800 planten, 200 soorten gewervelde dieren en 170 vogelsoorten. Sinds 2009 is het een Biosfeerreservaat van UNESCO.
Zomer – en winterdorpen, berenvallen en de wolf
In dit gebied leeft de mens al duizenden jaren in harmonie met de natuur. Vroeger woonden de boerenfamilies in de zomer in de hoger gelegen dorpjes; de ‘brandas’. In de winter werd het hoog in de bergen veel te koud en was er weinig eten voor het vee en verhuisde men naar de winterdorpen in de beschutte dalen, de ‘inverneiras’. Er zijn in het landschap meer sporen van de eeuwenoude bewoning. Terwijl we onderweg zijn naar een van de piepkleine bergdorpjes zien we een grote cirkel van steen op de berghelling. Dit lage muurtje is gebouwd om de bijenkorven tegen beren te beschermen. Het muurtje is niet hoog, maar beren zijn niet zulke behendige dieren, het lukt ze nooit om daar overheen te klimmen!
Een heel andere val is de ‘fojo do lobo’ – een ‘wolvenval’. Een enorm lange V-vormige muur van een paar honderd meter lang op de helling, waar de wolf in gelokt werd met een geit als aas en opgejaagd werd tot hij beneden in de val of de rivier terecht kwam. Bij de constructie ervan in de 18e eeuw was het hele dorp betrokken, want tonnen stenen werden vervoerd in ossenkarren met maar één doel: De wolf doden die de kuddes aanviel. Tegenwoordig is de wolf beschermd en leven er ongeveer 250 tot 300 wolven in Portugal, de meeste hier in het noorden.
(bron: rewildingeurope.com)
![]()
Watervallen en de ‘Slowfashion’ van Paula
In het kleine dorpje Cabril maken we kennis met de energieke Paula, die haar drukke leven in de grote stad Porto vaarwel zegde om hier, in het hart van het Natuurpark de oude en tijdrovende kunst van vlas verbouwen en linnen maken in ere te herstellen. Zij heeft de bejaarde vrouwen in de vallei bezocht om van hen te leren en de weefgetouwen die nog niet tot haardhout waren gehakt, te redden. Paula laat ons het proces zien. Kleding maken was echt monnikenwerk. Je kunt je niet voorstellen dat men hier, nog geen 50 jaar geleden, maanden lang bezig was om vlas te verbouwen, te weken, te pletten en te spinnen om zó, draad voor draad een koel hemd te maken voor de warme zomermaanden. Ik kijk nu echt anders naar mijn eigen bloesjes…
Tip! Je kunt bij Paula logeren in haar Eco-Guesthouse
Na een kruidenthee en een felle regenbui worden we uitgezwaaid door Paula en haar goedmoedige honden en gaan we op zoek naar een van de vele watervallen in de omgeving. Zoals de Cascata do Arado. Je komt bij deze prachtige waterval via een brug over de Rio Arado, net ten noorden van het dorp Ermida. Je kunt ook vanaf de brug stroomopwaarts klauteren langs een reeks natuurlijke poelen naar de voet van de waterval. Ook Cascata de Pincães is met een korte wandeling makkelijk te bereiken. Twee andere mooie watervallen in het park zijn de Cascata da Portela do Homem bij de Spaanse grens en Cascata de Cela Cavalos.
Dit is de Peneda-Gerês dat ik ken van de plaatjes; Rivieren met grote ronde grijze rotsen, turkooisblauwe poeltjes en watervallen.
![]()
Romeinse wegen, mijlpalen en een verdronken dorpje
Vanuit Campo de Gerês, met haar prachtige oude dorpskern, lopen we een stukje door de Mata de Albergaría, een van de belangrijkste bossen van het Nationale Park. Het bos wordt doorkruist door de Romeinse weg – de Geira – die twee van de belangrijkste steden van het Iberisch schiereiland met elkaar verbond: “Bracara Augusta” (Braga) en “Astúrica Augusta” (Astorga). Opvallend zijn de reusachtige granieten mijlpalen langs het pad, totaal 116 stuks.
Het pad loopt langs de Rio Homen en het stuwmeer van Vilarinho das Furnas.
Hier ligt een heel dorp onder water. In de jaren ‘60 besloot de regering hier een dam te bouwen om elektriciteit op te wekken. De hechte gemeenschap van 300 bewoners van het oude dorpje werden zonder pardon en met nauwelijks compensatie uit hun huizen verdreven. In die tijd was er niet eens een weg die goed of breed genoeg was om de inboedel uit het dal te verhuizen. De dorpelingen hebben die zelf moeten aanleggen en hebben tot op de laatste dakpan hun huizen gestript en alles meegenomen. Bij laag water kun je de restanten van het dorpje zien.
Wilde paarden op het pad
Wanneer we de bergen uitrijden struint er vóór ons op het pad een kudde wilde paarden. Dit zijn de Garrano paarden. Dit taaie paardenras met hun diepglanzende, kastanjebruine vacht kwam hier 20.000 jaar geleden al voor. Ze zijn beschermd en er leven hier ongeveer 300 exemplaren in het wild.
De grimmige granieten bewakers van Soajo
Aan de voet van de Serra de Soajo ligt het gelijknamige dorpje waar op een grote rots een verzameling enorme granieten gevaarten staan; ‘Espigueiros’. Deze stenen graanschuren op pilaren moeten het gewas beschermen tegen de muizen. Het is een verbazingwekkende aanblik, deze vele grijze granieten bewakers in deze lieflijke, groene omgeving. Ik verbaas me over de smalle, bijna frêle verticale gleuven in het harde graniet van de grote bouwsels. Hoe heeft men dit eeuwen geleden voor elkaar gekregen? Na deze kennismaking gaan we in het dorpje op zoek naar de bakker die de traditionele ‘Pão-de-Ló’ bakt, een verrukkelijke, luchtige cake waarvan we smullen, vergezeld door een glaasje port. Want dat hoort zo.
Kers op de taart: Ponte de Lima
Wij zijn aan het einde van onze ontdekkingstocht door Porte e Norte. Maar er wacht nog een prachtige afsluiter: Ponte de Lima. Een van de oudste en mooiste stadjes van Portugal. Dit marktstadje is gebouwd langs de kalme oevers van de rivier de Lima en is vernoemd naar de elegante middeleeuwse brug. Vijf van de dertien stenen bogen van de brug dateren uit de Romeinse tijd. Het kleine historische centrum met kronkelende steegjes heeft cafés en fraaie herenhuizen, en langs de rivier zijn aan beide oevers fiets- en wandelpaden.
Aan de oever van de rivier zie je ook een fotogenieke beeldengroep die de legende rond de brug vertelt. Aan de ene kant van de rivier staat de ruiterfiguur van generaal Decimus Junius Brutus. Hij stak de rivier de Lima over, dapper, want deze werd aangezien voor de rivier van de vergetelheid, die het geheugen uitwiste van iedereen die hem overstak. De generaal seint zijn troepen aan de overkant dat het veilig is om ook te komen.
In Ponte de Lima nemen wij afscheid van Isabel, onze fantastische gids van Explore Iberia en vervolgen wij onze weg naar het noorden. Bij Valença steken we de Minho rivier over naar Spanje. Rechts van ons zien we daar de stoere Kathedraal van Tui hoog boven het landschap uitsteken. Daar gaan we ook naartoe, later.
![]()
Tekst: Anne Middelkamp
Met dank aan:
Susana Cardoso, Portugees Verkeersbureau
Turismo Porto e Norte
Isabel Sousa – Explore Iberia
Ardanza brengt je naar Porto en Norte!
Boek nu onze 15 daagse Fly&Drive rondreis door Porto en Norte!
Naast bovenstaande natuurschatten ontdek je uiteraard ook de beroemde steden Porto, Braga, Guimarães en Amarante. De Douro Vallei en de portwijnen in de befaamde bodega’s van Vilanova da Gaia. Je verblijft op gastvrije en karaktervolle locaties en gaat zorgeloos op pad met onze uitgebreide reisdocumentatie en deskundig reisadvies.
Elke reis is tiptop verzorgd maatwerk. Vraag hier een vrijblijvend voorstel aan!
geef een reactie
* verplichte velden
